“Labor est Honor”: de visie van Marwan Morowa, Laureaat van de Arbeid
Uitgenodigd door het Royal Work Honors Institute blikt Laureaat van de Arbeid Marwan Morowa terug op zijn professionele parcours, zijn visie op welzijn op het werk en de waarden die zijn engagement dagelijks richting geven. In dit interview deelt hij zijn overtuigingen over preventie, leiderschap, diversiteit en de maatschappelijke betekenis van kwaliteitsvol werk.
Kunt u uzelf in een paar woorden voorstellen?
Ik ben iemand die graag observeert, informatie samenbrengt, verbanden legt en verantwoordelijkheid opneemt. Ik analyseer situaties grondig, probeer ook te begrijpen wat niet onmiddellijk zichtbaar is, maar blijf niet in de theorie hangen. Wanneer het nodig is, neem ik initiatief, ga ik zelf op onderzoek uit en kom ik doelgericht in actie. Ik hoef daarbij niet op de voorgrond te staan; ik laat liever het resultaat voor zich spreken.
Wat heeft ertoe geleid dat u professioneel bent gekomen waar u nu staat? Hebt u onderweg iets gemist?
Ik ben bij recurv[1] gestart als Office & Business Support Manager met daarnaast juridische verantwoordelijkheden. Al snel kreeg ik de kans om bijkomende verantwoordelijkheden op te nemen en mij verder te ontwikkelen. Zo heb ik geleidelijk het preventie- en welzijnsbeleid binnen de organisatie mee uitgebouwd. Wat ik soms mis, is meer maatschappelijke waardering voor preventie en welzijn op het werk. Te vaak wordt dit beperkt tot wettelijke verplichtingen, terwijl het ook gaat over gezondheid, ergonomie, psychosociaal welzijn en de kwaliteit van de volledige arbeidsorganisatie. Daarom waardeer ik het des te meer dat deze sector via de Laureaten van de Arbeid erkenning krijgt.
Hoe bent u bekend geraakt met de procedure van de Laureaten van de Arbeid?
Via de BeSWIC[2]-nieuwsbrief van 27 juni 2025 las ik over de omdoping van KIEA. Uit nieuwsgierigheid bezocht ik de website en maakte ik kennis met de Laureaten van de Arbeid. De betekenis van die erkenning en de missie van het instituut sprak mij meteen aan en zo is het verdere traject begonnen.
U bent Laureaat in de sector welzijn op het werk. Waarom is dit onderwerp zo belangrijk voor u en welke risico's loopt een werkgever die hier onvoldoende aandacht aan besteedt?
Voor mij is preventie de basis van veilig en waardig werk. Een werkgever die investeert in veiligheid en welzijn toont respect en waardering voor zijn medewerkers én voor hun familie. Welzijn gaat bovendien veel verder dan het voorkomen van arbeidsongevallen. Het omvat ook gezondheid, ergonomie, psychosociaal welzijn, arbeidshygiëne en een kwaliteitsvolle werkomgeving. Omdat werknemers een groot deel van hun leven op het werk doorbrengen, verdient dit blijvende aandacht. Werkgevers die welzijn verwaarlozen, lopen niet alleen juridische risico’s. Ze verliezen ook het vertrouwen van medewerkers, klanten en investeerders, evenals hun geloofwaardigheid en aantrekkingskracht. In een arbeidsmarkt waarin werknemers bewust kiezen voor een werkgever, zijn welzijn en integriteit zeer belangrijke troeven geworden.
U werkt in een organisatie die diversiteit en openheid uitstraalt. Waarom is dat volgens u een sterkte? Wat missen bedrijven die dit niet doen?
Diversiteit is bij ons geen marketingverhaal, maar een vanzelfsprekend gevolg van hoe wij naar talent kijken. Wij beoordelen kandidaten op hun competenties, motivatie en potentieel, niet op afkomst, huidskleur of andere irrelevante kenmerken. Die aanpak weerspiegelt de samenleving waarin we werken en brengt verschillende inzichten en ervaringen samen. Dat maakt ons sterker in het begrijpen van zowel kandidaten als klanten. Diversiteit is voor mij geen ideologisch doel, maar een kwestie van professionele maturiteit en menselijke correctheid. Organisaties die dit negeren, beperken hun toegang tot talent en verliezen tegelijk aan aantrekkingskracht bij kandidaten, medewerkers en klanten.
Diversiteit wordt vaak gepromoot met jonge gezichten, verschillende achtergronden en godsdiensten, er wordt gesproken van diversiteit in leeftijdsgroepen. We moeten langer werken. Hoe kijkt u naar oudere werknemers en hoe kunnen we ervoor zorgen dat zij langer aan het werk blijven?
Oudere werknemers brengen een schat aan ervaring, vakkennis en beoordelingsvermogen mee. Wie langer wil blijven werken, moet daarvoor alle kansen krijgen. Dat kan echter alleen als het werk ook daadwerkelijk werkbaar blijft. Werk moet aangepast worden aan de mens, met aandacht voor ergonomie, arbeidsomstandigheden en mentale belasting. Langer werken mag nooit een economische noodzaak worden omdat een pensioen onvoldoende is. Ik verwacht daarom dat werkgevers én de arbeidsinspectie blijvend toezien op duurzame arbeidsomstandigheden. Leeftijdsdiversiteit betekent voor mij vooral dat we mensen in staat stellen om op een gezonde en waardige manier langer actief te blijven, door opleidingen en loopbaanbegeleiding aan te bieden en voldoende flexibiliteit te voorzien in arbeidstijd en arbeidsorganisatie.
Tegelijk mogen we het arbeidsmarktdebat niet uitsluitend herleiden tot de vraag hoe oudere werknemers langer aan het werk kunnen worden gehouden. Ook andere groepen die vandaag onvoldoende deelnemen, moeten meer reële kansen krijgen. Zo kan aangepast en goed begeleid werk voor gedetineerden bijdragen aan verantwoordelijkheid, vaardigheden en een betere voorbereiding op re-integratie. Het is niet redelijk om steeds meer van oudere werknemers te verwachten, terwijl andere beschikbare mogelijkheden tot maatschappelijke activering onvoldoende worden benut.
U hebt al verschillende welzijnsprojecten ontwikkeld. Zijn er nog nieuwe initiatieven gepland?
Absoluut. We plannen onder meer een derde editie van zowel onze EHBO-opleiding als onze slipcursus. Bij de EHBO-opleiding willen we ditmaal extra aandacht besteden aan eerste hulp bij kinderen en baby’s. Daarnaast onderzoeken we de installatie van een AED. We blijven ook investeren in vitaliteit en werkbeleving, bijvoorbeeld via gezonde drankopties, een aantrekkelijkere werkomgeving en workshops rond energie en duurzame prestaties. Ook verbondenheid verdient blijvende aandacht, onder meer door activiteiten met collega’s en hun partners en door professionele mijlpalen samen te vieren. Opleiding blijft voor mij een speerpunt, omdat welzijn niet alleen betekent dat mensen zich goed voelen, maar ook dat zij kansen krijgen om zich professioneel en persoonlijk te ontwikkelen.
Voor welke werkgever zou u niet willen werken?
Ik zou moeilijk kunnen werken voor een werkgever die naar buiten toe leiderschap uitdraagt, maar in zijn persoonlijke leven of eigen gedrag geen verantwoordelijkheid opneemt en daar ook niet kritisch over kan nadenken. Voor mij begint leiderschap niet aan de ingang van het bedrijf. Het wordt zichtbaar in de manier waarop iemand thuis de deur achter zich sluit en vervolgens op het werk de deur opent voor anderen. Niemand hoeft perfect te zijn, maar eerlijkheid, introspectie en de bereidheid om problemen aan te pakken zijn essentieel. De balans die iemand in zijn persoonlijke leven nastreeft, weerspiegelt zich uiteindelijk ook in zijn leiderschap en op de werkvloer. Ook wanneer middelen beperkt zijn, verwacht ik dat een werkgever samen met de preventieadviseur zoekt naar haalbare en waardige oplossingen.
U hebt "Labor est Honor" in uw kandidatuurdossier geschreven. Waarom?
Voor mij betekent Labor est Honor dat eer niet verbonden is aan een titel of functie, maar aan de manier waarop iemand zijn werk uitvoert. Zodra je beseft dat jouw werk gevolgen heeft voor collega’s, klanten en de samenleving, krijgt arbeid een diepere betekenis. Eervol werk betekent voor mij dat je niet alleen correct presteert, maar ook oprecht wilt dat anderen goed varen bij wat je doet. Een klant moet voelen dat je hem een degelijk resultaat gunt, en een collega moet met een gerust gemoed kunnen vertrouwen op de mensen die zijn belangen behartigen. Door vanuit die ingesteldheid naar kwaliteit te streven, draag je niet alleen bij aan je eigen ontwikkeling, maar ook aan die van de organisatie en de mensen rondom je. Arbeid is voor mij dan ook zowel een persoonlijke als een collectieve verantwoordelijkheid.
Ik heb begrepen dat u zich inzet voor jongeren. Waarom en hoe?
Via recurv werken we samen met organisaties zoals JINC[3] om jongeren beter voor te bereiden op hun eerste stappen op de arbeidsmarkt. Met sollicitatietrainingen en bliksemstages helpen we hen om hun talenten te ontdekken, meer zelfvertrouwen op te bouwen en sterker aan een sollicitatiegesprek te beginnen. Werk biedt jongeren niet alleen een inkomen, maar ook structuur, zelfstandigheid, toekomstperspectief en ruimte om zich verder te ontwikkelen. Door hen tijdig kansen te geven, helpen we hen om op een duurzame en volwaardige manier hun plaats te vinden op de arbeidsmarkt en in de samenleving.
U kent ongetwijfeld de NEET-jongeren. Wat hebben zij volgens u nodig?
NEET-jongeren hebben in de eerste plaats nood aan perspectief, begeleiding en een aanpak op maat. De overheid moet eerst luisteren, achterhalen waarom iemand is afgehaakt en vervolgens een passend traject aanbieden, zoals een opleiding, werkervaring, taalondersteuning of psychologische begeleiding. Daar staat uiteraard ook verantwoordelijkheid tegenover. Wanneer iemand na intensieve begeleiding en meerdere reële kansen zonder geldige reden blijft weigeren om mee te werken, mogen duidelijke grenzen worden gesteld. Het uiteindelijke doel moet echter steeds zijn om jongeren opnieuw aansluiting te laten vinden bij onderwijs, opleiding, werk en de samenleving.
U ontving het Gouden Ereteken van Laureaat van de Arbeid. Waarom is dit belangrijk voor u?
Deze onderscheiding betekent voor mij meer dan een persoonlijke erkenning. Ze bevestigt dat welzijn op het werk maatschappelijke waardering verdient en dat de inzet van de mensen die daar dagelijks aan bijdragen, wordt gezien. Ik beschouw dit ereteken daarom ook als een erkenning voor alle preventieadviseurs, werkgevers, leidinggevenden en werknemers die samenbouwen aan een veilige, gezonde en waardige werkomgeving. Preventie krijgt immers pas echte betekenis wanneer zij elke dag in de praktijk wordt gebracht.
U volgt een opleiding tot privédetective en leert Japans. Vanwaar die bijzondere interesses?
Hoewel beide interesses op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben, vertrekken ze voor mij vanuit dezelfde waarden: discipline, aandacht voor detail en de wil om zaken grondig te begrijpen. De Japanse cultuur fascineert mij door haar filosofie, rust en respect voor traditie. Tijdens onze huwelijksreis kon ik voor het eerst eenvoudige gesprekken in het Japans voeren, wat mijn motivatie alleen maar heeft versterkt.
Ook mijn belangstelling voor privaat onderzoek vertrekt vanuit aandachtig waarnemen, geduld en het zorgvuldig samenbrengen van informatie. Mijn vrouw en ik hebben samen de opleiding afgerond en bevinden ons momenteel in het vergunningstraject om professioneel actief te worden. Ik zie de nieuwe Wet Private Opsporing[4] als een belangrijke stap in de verdere professionalisering van de sector, met bijzondere aandacht voor kwaliteit, privacy en een duidelijke samenwerking met de bevoegde overheidsdiensten.
U hebt al werkervaring doch staat u aan het begin van uw carrière. Waar ziet u zichzelf over tien jaar?
Over tien jaar hoop ik samen met mijn vrouw een familiebedrijf uitgebouwd te hebben in privaat onderzoek. Wat mij daarin aanspreekt, is de combinatie van terreinwerk en analyse. Daarnaast wil ik actief blijven in juridisch advies, compliance, gegevensbescherming en welzijn op het werk. Dat zijn domeinen waarin ik vandaag al verantwoordelijkheid draag en waarvoor ik een blijvende professionele belangstelling heb. Mijn interesse in waarheidsvinding bestaat al sinds mijn jeugd en heb ik de voorbije jaren vertaald naar opleidingen. In die volgende fase wil ik recurv op freelancebasis blijven ondersteunen.
Welke andere sectoren zouden volgens u meer erkenning verdienen?
In de eerste plaats verdient de sector van de arbeidsbemiddeling meer erkenning. Goede arbeidsbemiddelaars brengen talent en organisaties samen, helpen mensen een duurzame loopbaan uit te bouwen en ondersteunen ondernemingen door de juiste expertise op het juiste moment beschikbaar te maken. Daarnaast verdient ook de sector van het privaat onderzoek meer waardering. Achter het vaak sensationele imago schuilt een beroep dat steunt op juridische kennis, discretie, objectiviteit en zorgvuldige waarheidsvinding. Beide sectoren dragen op hun eigen manier bij aan vertrouwen, continuïteit en een goed functionerende samenleving.
Wat is uw favoriete woord?
Kempen. Sinds mijn verhuis roept dat woord voor mij een gevoel op van rust, authenticiteit en thuiskomen. Het symboliseert de omgeving waar ik mij vandaag echt thuis voel.
DANK U MARWAN!
Alain Van Slambrouck
[1] https://recurv.be/
[2] https://beswic.be/nl
[3] https://jincbelgie.be/
[4] https://www.ibz.be/nl/nieuws/de-nieuwe-wet-private-opsporing-is-er


