Galerij

Vrouwen op het terrein! Een actie in samenwerking met de Stad Brussel

12 maart 2026

Vrouwenforum

Elk jaar neemt het Vrouwenforum deel aan de acties die worden georganiseerd in het kader van de Internationale Dag van de Rechten van de Vrouw.

Aan het begin van een samenwerking staat vaak een ontmoeting.

Een van onze Laureaten, Anouck Paulus, maakte indruk op ons door haar vastberaden-heid en haar wil om haar professionele parcours tot een goed einde te brengen.

De contacten werden dus gemakkelijk gelegd en de Stad Brussel, met haar bijna 4.000 werknemers en -neemsters, heeft haar deuren voor ons geopend.

Net zoals haar nieuwe gebouw, luchtig en licht[1], kon het Vrouwenforum met een verrassend gemak verschillende diensten ontmoeten, maar vooral mensen voor wie de woorden samenwerking, diversiteit en gendergelijkheid een sterke betekenis hebben[2].

De Stad bruist van acties en projecten.

Een ervan heeft als doel “Vrouwen op het terrein” in de kijker te zetten, hen een stem te geven en hun stem te laten horen. Zodat hun voorbeelden andere vrouwen kunnen inspireren.

Het was dan ook vrij vanzelfsprekend dat de doelstellingen van het Vrouwenforum samenvielen met deze actie.

We ontmoetten twee werkneemsters: mevrouw Magali Demorsy, tuinierster in het Warandepark; mevrouw Laura Decarpentrie hygiëne-inspectrice in de horecasector; en mevrouw Faouzia Hariche, schepen van Human Resources van de Stad Brussel.

Zoals we al opmerkten, is de Stad Brussel een grote werkgever.

Het beheer van de human resources weerspiegelt er een politieke wil: een college dat paritair is samengesteld, een vrouwelijke gemeentesecretaris en een personeelsbestand dat voor 53% uit vrouwen bestaat.

Toch schetst schepen Hariche geen volledig gelijkwaardige situatie in alle functies. Er bestaan nog steeds “mannenbastions”, net zoals er “vrouwenbastions” zijn.

De veelheid aan concrete acties rond gelijkheid lijken een antwoord te bieden aan de macht van gewoontes.

Van het “starterkit” voor nieuwe werknemers, over sensibilisering en opleiding van het management, tot gerichte acties (bijvoorbeeld rond toegang tot gezondheidszorg, straatintimidatie, …) en het aanmoedigen van vaderschapsverlof: de werknemers en -neemster van de Stad Brussel krijgen bijzondere aandacht op het vlak van gelijkheid.

Een communicatiecampagne, gebaseerd op getuigenissen van werknemers en -neemsters, laat de boodschap van gelijkheid buiten de muren van de administratie weerklinken en richt zich tot alle inwoners van de stad.

Hebben we deze inspanningen ook gevoeld toen we spraken met de tuinierster van het Warandepark of met de hygiëne-inspectrice?

We ontmoeten twee jonge vrouwen: de ene werkzaam in een traditioneel mannenberoep, de andere in een functie waarin controle tastbare gevolgen kan hebben.

Twee verschillende achtergronden (voor de ene beroepsstudies, voor de andere diergeneeskunde), carrières die goed op gang zijn binnen de Stad (14 en 9 jaar anciënniteit) en de ervaring die daarbij hoort.

Twee vrouwen ook die zich vrijwillig hebben aangemeld voor deze sensibilisering; voor deze zichtbaarheid van vrouwen op het terrein.

Kortom, twee vrouwen die iets te zeggen hebben, die boodschappen te delen hebben.

Geen van beiden zegt een “mannenberoep” uit te oefenen. Geen van beiden spreekt over een verschil in behandeling tussen henzelf en hun mannelijke collega’s.

Ze beschrijven gezonde relaties met hun hiërarchie en spreken zich vrijuit uit.

Maar kunnen we spreken van zichtbaarheid als het enige doel is te tonen dat alles perfect is?

Dat is hier niet het geval.

Hoewel ze dankbaar terugkijken op de acties die de evolutie van rechten mogelijk hebben gemaakt, wijzen ze ook op de weg die nog moet worden afgelegd.

Soms gaat het om wat slechts een klein “detail” lijkt (bijvoorbeeld: overal vrouwenkleedkamers). Soms om een betere afstemming van de wetgeving op de realiteit van het leven.

Maar beiden benadrukken sterk de blijvende ongelijkheid waardoor werkende vrouwen nog steeds – en altijd – een zwaardere gezinslast dragen.

Het is niet zozeer het gewicht van gereedschap of machines dat een probleem vormt, maar wel ver weg wonen, voltijds werken, een klein kind hebben en… om 7u30 beginnen te werken.

Het zijn ook niet zozeer de risico’s op spanningen met gecontroleerden die ontevreden zijn, maar eerder het voltijds jongleren tussen postpartum, kinderopvang en kinderziektes.

Deze wil om de gezinsrollen eerlijker te verdelen wordt door de Stad niet genegeerd: zij moedigt het opnemen van vaderschapsverlof aan.

Toch is er waarschijnlijk een bredere maatschappelijke nood, een noodzakelijke paradigmaverschuiving.

Zoals mevrouw Decarpentrie zei: “Het principe van gelijkheid is vanzelfsprekend, maar we zijn allemaal verschillend. Er zijn nog veel subtiele aspecten van de realiteit van de ander die nog niet begrepen worden.”

Deze vaststellingen doen echter geen afbreuk aan de sterke en hoopvolle boodschap die mevrouw Demorsy aan andere vrouwen richt.

“Ik denk dat het heel belangrijk is om zichtbaar te zijn.

Omdat er nog veel mensen zijn die het niet begrijpen en dit hen helpt.

Er zijn ook mannen die werken in ‘vrouwenberoepen’, zoals verloskundigen.

Hoe dan ook het maakt niet uit.

We moeten zichtbaar zijn en vrouwen laten weten dat, zelfs als het 'een mannending' is of als miljoenen mannen het doen: ze kunnen het ook doen!”

Uiteindelijk vindt deze zichtbaarheid, die een van de missies van het Vrouwenforum is, hier opnieuw weerklank op het terrein.

En hoe zit het met publieke erkenning in dit alles?

Hoe zit het met dit speerpunt van het Instituut en het College?

Daarvoor laat ik het laatste woord aan mevrouw Decarpentrie.

“Ik denk dat wanneer we werken, we het beste van onszelf geven; met hart en ziel. En we offeren altijd een deel van onszelf op.

Wanneer iemand dan naar je kijkt en zegt: ‘Dat is toch wel moedig’, dan doet dat echt deugd voor het moreel.”

Een zin die geen enkele Laureaat/-ate of Eredeken zou tegenspreken!

Vind de volledige interviews met mevrouw Decarpentrie, mevrouw Demorsy en mevrouw Hariche hier.

Door Christine Beausaert

[1] Brucity

 

[2] Hier te vermelden: De heer Didier Bourdouxhe, Mevrouw Thaïs De Bontridder, De heer Arnaud Helinck, Mevrouw Tessa Peeters

 

Het KIEA wordt

Sinds 1954 is de arbeidswereld veranderd.

Om te voldoen aan de nieuwe verwachtingen van diegenen die het beste van zichzelf geven, moderniseert het Instituut, maar behoudt het zijn missie en waarden.

Welkom aan het “Royal Work Honors Institute”.

Ontvang onze nieuwsbrief

*Vereist