Galerij

Vrouwen op het terrein : Faouzia Hariche, Schepen van Human Ressources

12 maart 2026

Vrouwenforum

In het kader van de Internationale Vrouwendag 2026 zet het Vrouwenforum een ​​initiatief van de stad Brussel in de kijker dat erop gericht is vrouwen die op het terrein werken zichtbaarder te maken.
We maken daarom kennis met twee van deze vrouwen: mevrouw Magali Demorsy, tuinierster in het Warandepark, en mevrouw Laura Decarpentrie, controleuse. We spreken ook met mevrouw Faouzia Hariche, schepen van Human Resources van de stad Brussel.

Het algemeen artikel lezen

 

Door Christine Beausaert

We worden hartelijk ontvangen in de nog relatief nieuwe gebouwen van Brucity. De ruimtes zijn licht, open en doordacht ontworpen.
Mevrouw Hariche begroet ons hartelijk en met oprechte interesse. Geen telefoontjes of bezoekers zullen ons gesprek onderbreken.
We interviewen haar in haar hoedanigheid als Schepen van Human Resources.
Samen zullen we proberen de visie en de waarden te begrijpen die de Stad leiden.

We spraken met twee werkneemsters van de Stad Brussel in het kader van een project om de zichtbaarheid van vrouwen op het terrein te vergroten.

Kunt u toelichten waarom de Stad besloten heeft deel te nemen aan dit initiatief?

FH: Ik zou zeggen dat het een logisch vervolg is. Het vloeit voort uit een streven dat begon met de invoering van een paritair College binnen de Stad: een orgaan met evenveel vrouwen als mannen. Dit weerspiegelt de wens om vrouwen hun rechtmatige plaats te geven in de beroepen van hun keuze en hen aan te moedigen om uit te blinken, terwijl de valkuilen worden vermeden die soms verband houden met ondervertegenwoordiging.

Beschikt u over precieze gegevens over de genderverdeling binnen het gemeentepersoneel?

FH: Jazeker.

Om te beginnen met de hoogste functies: de gemeentesecretaris is een vrouw. Een primeur in de geschiedenis van de stad Brussel!

Wat opmerkelijk is, is niet zozeer dat de Stad "de beste kandidaat voor de functie" heeft aangewezen, maar dat mevrouw Emilie Dupont het heeft aangedurfd om zich kandidaat te stellen (ze was overigens niet de enige). Laat me dit toelichten.

Dat toont aan dat binnen de Stad een vrouw die weet dat ze competent is, het aandurft te solliciteren en weet dat ze niet meteen zal worden afgewezen. Dit lijkt eerlijk en normaal, maar helaas is dat nog niet overal zo.

Onder de Algemeen Directeuren zijn vrouwen ondervertegenwoordigd, met slechts drie van de tien.

Binnen het personeel is de verdeling redelijk gelijk (53% vrouwen en 47% mannen).

Vervolgens zien we per functieniveau dat vrouwen in de meerderheid zijn op niveaus A, B en C. De situatie keert om op niveaus D en E.

Tot slot, als je naar de specifieke functies kijkt, zie je dat er nog steeds veel ongelijke verdelingen zijn.

Bijvoorbeeld: 99% van de kinderopvangmedewerkers zijn vrouwen; 3% van de straatvegers; 2% van de arbeiders; 4% van de magazijnmedewerkers; 1% van de teamleiders van arbeiders; en veel andere functies worden nog steeds uitsluitend door mannen bekleed.

Zijn er middelen om dit te veranderen? Ik denk van wel. Daar komen we later op terug.

Het bevorderen van gendergelijkheid op de werkvloer lijkt een prioriteit te zijn voor de Stad. Het initiatief dat we bespreken, maakt deel uit van deze aanpak.

Heeft u maatregelen genomen om vrouwen aan te moedigen te solliciteren naar deze traditioneel door mannen gedomineerde functies?

FH: In het kader van een van mijn andere bevoegdheden, het openbaar onderwijs, hebben we bijvoorbeeld geconstateerd dat zeer weinig meisjes een wetenschappelijke carrière nastreven (natuurkundige, scheikundige, bioloog, enz.). Daarom hebben we specifieke stappen ondernomen om jonge meisjes ervan te overtuigen dat niets hen beperkt. Dit zijn proactieve maatregelen.

Binnen de Stad zelf hebben we een actie ondernomen op het gebied van communicatie door interviews te publiceren in het gemeenteblad, bedoeld voor alle inwoners, met medewerkers die werkzaam zijn in traditioneel mannelijke of traditioneel vrouwelijke beroepen. Dit kadert in een dynamiek van trots en zichtbaarheid.

Daarnaast willen we ongepaste of intimiderende opmerkingen of gedragingen, hoe klein ze ook mogen lijken, niet negeren.

Al onze managers nemen eerst deel aan bewustwordingssessies en krijgen vervolgens training om zo goed mogelijk op dergelijke situaties te reageren. Dit houdt in dat ze de signalen herkennen, de regels begrijpen en over specifieke hulpmiddelen beschikken.

Iedere medewerker, ongeacht zijn of haar functie, ontvangt ook een “starter kit” met daarin een document waarin de waarden van de Stad en de verschillende initiatieven van het diversiteitsplan worden beschreven.

We zijn ons ook zeer bewust van de taakverdeling binnen het gezin en we stimuleren vaderschapsverlof, zodat de werkneemsters hun carrière niet systematisch hoeven te onderbreken.

Ter gelegenheid van 8 maart ontwikkelen we elk jaar een specifiek thema (vorig jaar was dat toegang tot gezondheidszorg, en dit jaar is het straatintimidatie), en dit thema is gericht aan alle personeelsleden.

We staan voor mentaliteitsveranderingen en als we verandering willen, moet iedereen meedoen; het is ieders verantwoordelijkheid.

Wat zijn volgens u de specifieke uitdagingen waar vrouwen vandaag de dag mee te maken hebben op de arbeidsmarkt?

FH: Ik denk dat we in Brussel dezelfde uitdagingen tegenkomen als elders. Behalve misschien op het gebied van gelijke lonen en carrièremogelijkheden, die perfect gestructureerd en gereguleerd zijn.

Ik ben geen expert op dit gebied, maar binnen onze samenleving maak ik me zorgen over het probleem van eenoudergezinnen.  Ze zijn overwegend vrouwelijk. Een alleenstaande ouder moet meer tijd aan het gezin besteden, heeft minder tijd om te studeren, zich voor te bereiden op examens, sollicitatiegesprekken, …….. Dit alles heeft onvermijdelijk gevolgen voor hun carrière.

We zouden ons op deze realiteit moeten richten om dit onrecht aan te pakken.

Vindt u dat publieke erkenning van professionele inzet zinvol is in de huidige werkwereld? En zo ja, hoe ervaren Stadsmedewerkers dit?

FH: Iemand belonen voor de kwaliteit van zijn of haar werk is natuurlijk een essentieel onderdeel van het instrumentarium van een manager. Ook al was het niet altijd de norm en is het voor sommigen nog steeds ongebruikelijk.

Hen aanmoedigen om te solliciteren naar een hogere functie is eveneens belangrijk.

Wat het publieke karakter van deze erkenning betreft, raakt dit een van de fundamenten van het werk in een openbare dienst: het geven van het goede voorbeeld.

Iemands verdiensten erkennen, hem of haar als voorbeeldfiguur beschouwen: dat is essentieel.

En als mensen dat bovendien doen zonder het als een zware plicht te zien: dan is dat fantastisch!

Zelfs als ik buiten de strikte kaders van het Instituut ga, wil ik ook stilstaan ​​bij bepaalde mensen in onze samenleving die zich enorm inzetten zonder loon of erkenning. Ik denk bijvoorbeeld aan mantelzorgers. Ook zij verdienen publieke erkenning voor hun werk.

Maar dat is een ander verhaal.

De strijd tegen geweld tegen vrouwen omvat ook geweld en intimidatie op de werkvloer. Hoewel België al een uitgebreide wetgeving op dit gebied heeft, welke maatregelen zijn er volgens u nog nodig om betere resultaten te behalen op het terrein?

FH: Ik denk dat de wetten en de conventies goed zijn opgesteld. We hebben een spectaculaire vooruitgang geboekt in de aanpak van geweld tegen vrouwen. En er zijn veel structuren opgezet, vaak met complementaire missies.

Ik heb soms het gevoel dat concrete acties ontbreken. Ik denk dan met name aan het gebrek aan opvangplaatsen voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld.

Bent u bijzonder trots op een initiatief dat u (mee) hebt kunnen ontwikkelen in het kader van gelijkheid op de arbeidsmarkt?

FH: Als ik terugkijk, denk ik dat het feit dat ik jongeren heb kunnen aanmoedigen om een ​​carrière te kiezen waar ze van houden, hun dromen na te jagen en ze vervolgens de arbeidsmarkt te zien betreden... daar ben ik bijzonder trots op.

Ik ben al 25 jaar Schepen en heb veel gezinnen kunnen begeleiden. De problematiek van discriminatie als gevolg van culturele verschillen, verschillen in afkomst, financiële middelen of situaties van intersectionaliteit is zo groot dat het onvergetelijk is wanneer iemand uit deze gezinnen zijn of haar plaats op de arbeidsmarkt vindt.

De droom zou zijn dat we het niet meer over verschillen hoeven te spreken en dat ieder mens gelijk is aan een ander.

Maar er is nog werk aan de winkel. Hoewel er al veel is bereikt, er blijft nog werk over voor de toekomstige generaties.

 

Lees de gerelateerde artikelen.

 

Het KIEA wordt

Sinds 1954 is de arbeidswereld veranderd.

Om te voldoen aan de nieuwe verwachtingen van diegenen die het beste van zichzelf geven, moderniseert het Instituut, maar behoudt het zijn missie en waarden.

Welkom aan het “Royal Work Honors Institute”.

Ontvang onze nieuwsbrief

*Vereist